Verloop van de Bevalling

Verloop van de Bevalling

In Nederland heb je de vrije keuze om met je verloskundige thuis of in het ziekenhuis (poliklinisch) te bevallen. De normale periode om in te bevallen is tussen de 37 en 42 weken. Als je eerder of later bevalt verwijst de verloskundige je door naar de gynaecoloog.

Het begin van de bevalling

De bevalling kan op verschillende manieren beginnen. In 90% van de gevallen begint een bevalling met weeën, pijnlijke samentrekkingen van de baarmoeder, die iedere 5 minuten of vaker terugkeren en een minuut per stuk duren.

In 10% van de gevallen begint de bevalling met vruchtwaterverlies. Dit kan geleidelijk verlopen, waardoor je continu kleine beetjes vocht verliest, maar het is ook mogelijk dat je plotseling een grote plens vruchtwater verliest. Het komt vaak voor dat de vliezen door de verloskundige gebroken moeten worden.

Sommige vrouwen verliezen voortijdig de slijmprop. Dit is een prop van slijm, vermengd met een beetje bloed. Dit is echter niet per se het teken dat de bevalling binnen een aantal uren gaat beginnen. De bevalling kan dan toch nog een tijd op zich laten wachten.

Ontsluiting, uitdrijving en geboorte

Wanneer je goede weeën hebt, dit houdt in dat ze minimaal iedere 5 minuten terugkomen en ze ongeveer een minuut per stuk duren, zal dit voor ontsluiting gaan zorgen. De baarmoedermond wordt weker, de baarmoeder gaat langzaam, centimeter voor centimeter, open. Bij 10 centimeter ontsluiting is de baarmoeder volledig open.

Natuurlijk, bevallen is iets heel speciaals, maar doet ook pijn. Via deze link https://www.youtube.com/watch?t=31&v=Hsm0mhGY-I8 vind je een voorlichtingsfilmpje over bevallen en hoe om te gaan met pijn.

Bij de bevalling van een eerste kind duurt de ontsluitingsperiode gemiddeld 10 uur.

Wanneer de baarmoeder volledig open is, zul je het gevoel hebben dat je nodig naar het toilet moet. Dit wordt persdrang genoemd. De baarmoeder duwt aan de hand van de weeën het kindje langzaam naar beneden. Samen met de kracht van de baarmoeder en je eigen kracht tijdens het persen wordt de baby steeds verder de vagina in geduwt, waarna het geleidelijk geboren zal worden. Dit tweede gedeelte van de bevalling wordt ook wel de uitdrijving genoemd. Hiervoor wordt bij de geboorte van een eerste kind een uur uitgetrokken.

Nageboorte

Wanneer de baby geboren is, is de bevalling nog niet geeindigd. De geboorte van de placenta moet nog plaatsvinden. Dit is de moederkoek met daaraan de vliezen waar de baby in gezeten heeft. Deze moet binnen een uur na de geboorte van het kind geboren worden.

Hechten, wassen, genieten!

In een groot deel van de bevallingen moet er naderhand gehecht worden. Dit kan komen doordat de vagina een beetje ingescheurd is of doordat de verloskundige een knip heeft moeten zetten. Normaal gesproken wordt dit door de verloskundige gehecht. Natuurlijk gebeurt dit onder plaatselijke verdoving.

Als ook dit klaar is kun je lekker onder de douche. Wanneer dit niet lukt, bijvoorbeeld door duizeligheid of wat ruimer bloedverlies, zal de kraamverzorgster of de verpleegkundige in het ziekenhuis je op bed wassen. Tevens wordt je bed verschoond.

Daarna kun je weer fris en fruitig terug je bed in en genieten van je kraamtijd!

In totaal duurt de bevalling gemiddeld zo'n twaalf uur. De één doet er een stuk korter over, de ander een stuk langer. Belangrijk is dat er vordering plaatsvindt, dat je goede begeleiding hebt en dat je op de plek bevalt waar jij je veilig voelt.

Hoe ontspannener je tijdens de bevalling bent, des te vlotter zal de bevalling verlopen!