Clair de Lune Blog

Clair de Lune Blog

Renate
Kerstverhaal
24 dec 2015

Het beste kerstdiner van mijn leven nuttigde ik vorig jaar op de kraamafdeling. Er knipperden lichtsnoeren op de parkeerplaats en uit een verre radio klonk Mariah Carey’s ‘All I want for Christmas’. Het was kerstavond . OP de gang liep bezoek af en aan met feestelijke schotels: de geur van kip en knoflook vulde onze kamer.

Mijn vriend en ik hadden zeker twaalf uur niet gegeten. Een uur eerder was onze zoon paars en schreeuwend op mijn borst gelegd, maar als ik aan het eten van die lasagne denk herinner ik me, gek genoeg, geen zoon, alleen maar deegbladeren en gehakt. Ik herinner me ook hoe mijn vriend en ik elkaar na de eerste hap verbijsterd aankeken en uitriepen dat we nog nooit in ons leven zo’n goede lasagne gegeten hadden. We complimenteerden de verpleging, vroegen naar het recept, we wilden er nog een bestellen, maar er was niet meer. De maaltijd nam al snel mythische proporties aan, ’s nachts-, met de baby snurkend naast ons en een paar kamers verder het gepuf en geschreeuw van een barende vrouw- hadden wij het nog steeds over die perfecte structuur van het deeg en de goede temperatuur van de saus.

Nooit voelde ik me kerstiger dan de drie dagen op de kraamafdeling. Onze piepkleine kamer was warm en zacht verlicht, op de balkons van de flat tegenover ons raam knipperden lichtjes in de regen en ’s nachts kregen we bezoek van een batterij smalle witte engelen in verpleegsterspakken die ons thee brachten, en fruit.
Het was de perfecte stal, zonder dieren, maar met een rood knopje dat we konden indrukken als we wat dan ook nodig hadden. Lyrisch bezoek legde geschenken aan de voeten van onze verfrommelde baby Jezus en hoewel ik er nogal gehavend bijlag, voelde ik me niet minder uitverkoren dan de heilige maagd herself.
Van de feestdagen erna herinner ik me weinig. We waren thuis, we sliepen niet. We keken films en keken naar de baby. De gordijnen waren dicht, als er mensen belden nam ik meestal niet op en op oudejaarsavond vielen we met z’n drieën om tien uur in slaap. Even werd ik wakker van een strijker op straat en ik maakte half bewusteloos met mijn telefoon wat foto’s van het vuurwerk vanuit het vage gevoel dat het leven me ontglipte en ik de overgang naar dit nieuwe jaar moest vastleggen om niet helemaal wereldvreemd te worden.
Vanmorgen keek ik die foto’s terug. Geen vuurwerk te zien, alleen het achterhoofd van onze zoon groot en kaal in het midden van het beeld. 
Die eerste verpletterende gevoelens verdwijnen maar ze vormen de blauwdruk van het alledaagse leven dat volgt, en resoneren er in door: de afschuwelijke angst, de liefde, de fysieke pijn, de twijfel, het schuldgevoel, de kraamtranen, de overtuiging dat dit een exceptionele ervaring is.

Deze kerst geen ziekenhuis voor ons. De tijd dat we uitverkoren in het warme centrum van de wereld lagen is voorbij. Geen hemelse lasagne, geen kopje thee waarmee ’s nachts de engelen op afroep verschijnen. Maar die kleine warme kamer zweeft nog ergens door mijn lijf en ik reken op levenslange heimwee naar de kerst van vorig jaar.
-tekst marjolein Heemstra-

Lieneke
De donkere dagen rondom kerstmis
11 dec 2015

Het is weer december, sinterklaas is geweest, we leven weer naar kerstmis toe. Voor sommige mensen is het een heel bijzondere tijd, voor andere mensen juist wat minder. Ook oud en nieuw komt eraan, voor de meeste een groot feest. Hopelijk een 2016 met veel gezonde moeders en baby’s!
 

Verloskundige zijn in deze periode vind ik altijd prachtig. Ik hou wel van kerstmis! Het gevoel van saamhorigheid, families die bij elkaar komen en het feestelijke. Aangezien baby’s zich niet laten plannen, hoort werken er voor ons gewoon bij. De spreekuren delen we in rond de feestdagen. De diensten van kerstmis en oud en nieuw verdelen we ieder jaar. Ik vind het nooit erg om te werken met de feestdagen. Het is zo speciaal en het lijkt wel of het extra gezellig is. We rijden dan net als anders kraamvisites, beantwoorden telefoontjes en doen bevallingen. Als het nou rustig is, dan schuiven we natuurlijk aan bij onze eigen families voor een kerstdiner of voor een paar oliebollen.
Een bevalling die ik me nog goed kan herinneren is van een paar jaar geleden. In de dagen voorafgaand aan kerst werd midden in de nacht een prachtig kindje geboren. Het geluk wat deze ouders uitstraalden was prachtig om te zien! Ook de dagen daarna, bleven ze stralen. En juist in de donkere dagen rondom kerst is het heel bijzonder om te zien.
Ik kijk weer uit naar de dagen rondom kerst. Dit jaar vier ik kerstmis met mijn familie en mag ik oud en nieuw werken! We zullen zien hoeveel baby’s er geboren willen worden in die nacht, ik kom in ieder geval graag.
Voor iedereen alvast hele fijne feestdagen en een prachtig 2016 gewenst!

Marina
Mijn Levenstocht
10 nov 2015

Op 12 augustus 2015 besloot ik de “Dodentocht” te lopen. De tocht -  een slopende lange afstandswandeling in de omgeving van Antwerpen - zou twee dagen later plaatsvinden. Ik was ongeoefend, had me niet voorbereid, maar toch vastbesloten het te doen en ook de eindstreep te halen. 100 kilometer, binnen 24 uur. Waarom? Ik had zoiets nog nooit eerder gedaan en was nieuwsgierig: kon ik dit? Je vraagt je misschien af wat de Dodentocht te maken heeft met onze zwangeren en waarom dit stuk op de website van een verloskundigenpraktijk staat.  Ik denk dat je, al lezende, de reden zult begrijpen.

Start van de Dodentocht

De eerste 50 kilometer verliepen heel goed. De mooie omgeving, de 12.000 mensen die meeliepen hielpen daarbij. We waren om 21:00 uur vol goede moed vertrokken en tot nu toe had ik geen pijnklachten. Zo nu en dan een beetje spierpijn in mijn bovenbeen en bil, maar het viel reuze mee: zo kon ik nog wel 50 kilometer verderlopen, dacht ik. Een makkie.

50 Kilometer

KM 50

Niet veel later voelde ik pijn onder mijn voeten. “Toch geen blaar?”,  dacht ik. Bij het Rodekruis even laten controleren. Het bleek vals alarm. Met wat tips en instructies vervolgde ik met een goed gevoel mijn weg, op naar de volgende 50 kilometer.

5 cm

Als je weeën beginnen, dan bel je de dienstdoenende verloskundige. Die komt dan kijken hoe het ervoor staat en kijkt hoe de weeën verlopen, hoe krachtig ze zijn en wat de frequentie is. Als de weeën regelmatig komen dan doet ze een inwendig onderzoek. Is er al sprake van ontsluiting, dan geeft ze we wat tips en intsructies zodat je vol moed verder kunt gaan met het opvangen van de weeën.

KM 60

Rond km 60 begonnen mijn voeten flink meer pijn te doen. Tijd voor een tweede controle bij het Rodekruis. Een blaar onder elke voet. Even prikken, pleister erop en ik mocht weer verder. “Maar hoe kan ik zo verder lopen, met blaren onder mijn voeten?” dacht ik. Ik ging het toch proberen. Natuurlijk deed het een beetje pijn maar dit kon ik wel aan.

6 cm

Je weeën zijn wat heftiger, maar nog wel ‘te doen’. Controle door de verloskundige: hartje luisteren, bloeddruk meten, weeën controleren. Een korte rug massage en op naar de 10 cm!

KM 70

De pijn was toegenomen. En er waren een paar blaren bijgekomen, kon ook de verpleger bij het Rodekruis mij bevestigen. Nieuw was de heftige spierpijn in mijn scheenbenen, bovenbenen en bil. Het lopen werd lastiger en lastiger, maar ik wilde en moest verder. Ademen, focussen, massage. Nog maar 30 kilometer te gaan. Ik was ervan overtuigd dat het me ging lukken.

Blaren Prikken

7cm

Het is allemaal wat lastiger, nu de weeën pijnlijker zijn en korter op elkaar zitten. Je hebt last van pijn in de rug en druk op je blaas. Een warme kruik, douche of bad doen wonderen. Focussen, ademen, nog 3 cm - dit gaat je lukken.

KM 80

Ik was zo trots dat ik dit al gehaald had,  maar het werd wel echt heftig nu. De blaren onder mijn voeten deden veel pijn en mijn scheenbenen brandden.  Op een schaal van 1 tot 10 was mijn pijn nu een dikke 8. Ik dacht aan opgeven. Maar ik was al zo ver, ik was er bijna! Om nu te stoppen, dat zou zonde zijn... Wat kon ik nog doen om de pijn te verlichten? Bij het Rodekruis kreeg ik dit keer een fijne massage aan mijn benen en een paracetamol. Ook werden mijn blaren gecontroleerd en mijn - inmiddels blauwe - tenen. Ik kon er weer even tegen. Ik hoefde het gelukkig ook niet allemaal alleen te doen: mijn zoon en zijn vriendin liepen mee. Dankzij hun steun en motiverende woorden kreeg ik de kracht om ook de laatste 20 kilometer van de Dodentocht te voltooien. “Ik ga het halen!” zei ik tegen mezelf.

8cm

Ga je zo verder of ga je voor pijnstilling? Dextrose, massage, warme kruik. Pijncijfer 8. Weer bemoediging, motivatie en ondersteuning, nogmaals massage en een warme kruik. Bij elke wee, bij elk pijntje en bij elk ongemak krijg je van je partner, kraamverzorgster, verpleegkundige of verloskundige hulp en advies.

KM 90

Voor mijn scheenbenen, enkels en voeten was elke nieuwe stap er nu een teveel. Ik was kapot en mijn energieniveau extreem laag. Maar ik wilde wel heel graag de eindstreep halen, dat was het doel dat ik mezelf gesteld had. “Misschien hebben ze bij het Rodekruis nog een wondermiddel?” dacht ik. Ik kreeg een heerlijk koude compress en wat dextrose. Even vergat ik de pijn en kreeg ik een energieboost om door te kunnen. Nog steeds met veel pijn, want de verlichting en de afleiding waren maar van korte duur.

90Km controlepost

9cm

Je kunt niet meer en je wilt niet meer. De pijn is ondragelijk.

“Doe maar een keizernee, ik kan niet verder.” Je vraagt om een ruggenprik. Je voelt het kindje indalen en je begint een beetje drukgevoel te krijgen. Niets helpt meer, je weet niet meer welke houding je moet aannemen. Met massage, aanmoediging, dextrose en uitleg, ga je toch verder - nu niet lang meer, je kunt het en je gaat het redden!

KM 95

De pijn was ondraaglijk. Ik keek mijn zoon aan en vertelde hem dat ik ging stoppen. Het ging gewoon niet meer. Al wist ik ergens wel hoe zonde het zou zijn om nu te stoppen, met nog “maar” 5 km te gaan. Ik was zo dichtbij! Mijn zoon vroeg me “Als jij nu bij een bevalling was, wat zou jij dan op dit moment tegen een barende zeggen?” Ik antwoordde niet als verloskundige, maar als barende: “Geef mij maar een keizersnee of een ruggenprik!” riep ik. Als deze tocht een bevalling was geweest, dan was het op dit moment natuurlijk al veel te laat voor een ruggenprik of zelfs voor de keuze voor een keizersnee. Mijn zoon dacht me af te leiden met een gesprek: dat was geen goed idee. Ik reageerde onaardig, mijn antwoorden waren kort en venijnig. Ik leefde in mijn eigen wereld en zocht naar focus. We zagen het bord voor de laatste 5 kilometer. Het bord liet zien hoe je jezelf voelt, en dat klopte precies. Tijd voor de laatste loodjes.

Nog 5Km te gaan

Druk gevoel

Je kunt niet meer en je wilt ook echt niet meer. Je wilt een ruggenprik, of een keizersnee, ook al weet je dat dit nu geen opties meer zijn. Weeën wegzuchten gaat moeilijk, je mag nog niet persen want je hebt nog geen 10 cm ontlsuiting. Je gaat even staan en wiebelt wat, misschien helpt het. Focussen, verstand op nul.
Met een nat washandje op je voorhoofd ga je verder met het wegzuchten van je weeën. Je leeft in je eigen wereld. Niemand mag je aanraken of met je praten. Je wilt alleen maar focussen. Tijd voor de laatste loodjes.

KM 99

Zonder te praten, concentrerend op mijn ademhaling, en gefocust op het einddoel, liepen we de allerlaatste kilometer. Ik kon het wel uitschreeuwen van de pijn en wilde dat er een eind aan kwam. Ik dacht aan puffen, focussen, ademen en ontspannen. Puffen, focussen, ademen en ontspannen. Elke stap, elke minuut had ik pijn, ik kon echt niet meer – “ik ga niet verder!” brulde ik, en ik stopte met lopen.

Mijn zoon en zijn vriendin grepen direct mijn handen. En daar gingen we weer. Verder met zijn drieen, hand aan hand. Ik begon mijn stappen te tellen en ik dacht – “nog 1.000 stappen”. Met vreselijke pijn aan mijn enkels en de blaren onder mijn voeten, stap voor stap,  slechtten we de meters die we nog moesten lopen.

Persdrang

Je krijgt persdrang. Het gevoel dat het kindje eruit wil. Je geeft aan dat je moet persen. Een laatste controle van de verloskundige: “ je hebt 10 centimeter ontsluiting, het is bijna zover”. Het kindje moet nog wat  dieper geraken. Met ademhaling en ontspanning moet je nog een paar weeën wegzuchten.  Met volle concentratie lukt het je om de heftigste weeen en persdrang weg te zuchten. Nog even, dan heb je je prachtige kindje in je armen!

KM 99,7

Nog maar 300 meter te gaan, wat een fijn gevoel! Er stonden ontzettend veel mensen langs de weg om ons aan te moedigen. Ze juichten ons toe, applaudisseerden hun handen stuk en riepen dingen als “Je bent er bijna!”, “Je kunt het!”, “Nog maar een paar meter!”, “Gefeliciteerd!”. De tranen rolden over mijn wangen. Wat was ik blij! Ik was er nu echt bijna en genoot van het aanzicht van al deze mensen. Ik dacht wel: “Jullie moeten mij nog niet feliciteren, ik ben er nog niet, ik heb mijn doel nog niet bereikt”. Toch was het schitterend om te horen en te zien.

Nog 300m te gaan

Persen

Je mag eindelijk beginnen met persen. Wat een heerlijk gevoel, het einde is in zicht. Je gaat het doen, samen met je partner die je hoofd ondersteund, de kraamverzorgster of verpleegkundige die je benen ondersteunen en met de verloskundige die je aanmoedigt en instructies geeft om een prachtige baring te begeleiden. “Goed luisteren”, zegt de verloskundige: “Persen en zuchten wanneer ik het zeg, we zijn er bijna.”

KM 100

Uiteindelijk zag ik het eindpunt: een spandoek en een tafel vol met medailles en certificaten. Wat een geweldig gevoel, deze prestatie. Met mijn laatste krachten ging ik de eindstreep over. Ik had het gehaald! Ontroerd en vol trots ontving ik mijn medaille en mijn certificaat. Ik omhelsde mijn zoon en vriendin en we huilden samen. Er werden veel foto’s gemaakt en alle pijn was voor eventjes vergeten. Ik was gelukkig. Ik dacht aan hoe leuk mijn vader dit gevonden zou hebben, om hier bij te zijn geweest. “Knap gedaan, petje af”, zou hij hebben gezegd. Mijn moeder zou ook zo trots geweest zijn, die zou steeds gezegd hebben: “Doorgaan, niet pieperig doen”.

100Km Gedaan!

Geboorte

Nog één keer persen en we zien het hoofdje al. Nog één keer persen. Er gaan allerlei gedachten door je hoofd, je hebt straks een mooi kindje in je armen. “Ik kan dit!” Nog een paar keer persen. Het hoofdje staat, nog één wee en je hebt de eindstreep gehaald! Daar is je kindje. Met tranen in je ogen pak je je baby om het op je blote buik te leggen. Je partner moet ook huilen en jullie omhelzen elkaar. Wat een geluk. Je hebt het gedaan. Je kindje is geboren.

Het is bijna onmogelijk jezelf voor te bereiden op iets dat je nog nooit hebt gedaan. Daar komt bij dat niemand je vooraf precies kan uitleggen hoe het voelt en wat je doen moet. Of het nu gaat om een bevalling, of om een tocht van 100 kilometer die voelt als een bevalling: je moet het zelf ervaren. Je moet het gewoon doen en dan kom je erachter, zoals met zoveel dingen in het leven. Dat kan beangstigend zijn, maar met liefde en support (en soms wat hulpmiddelen) zijn we veel sterker dan we zelf soms denken. We kunnen bergen verzetten en elk doel bereiken, als we het maar graag genoeg willen. Als er iets is waar het lopen van de dodentocht me aan herinnerd heeft, dan is dat het wel. Hoe mooi het leven kan zijn. De hevige pijn, de klachten, de gevoelens van onmacht en het niet meer verder willen: het was het uiteindelijk allemaal waard.

Op 15 augustus, de dag na de dodentocht, zat ik op de rand van mijn bed en telde ik mijn blaren. Wat was het een heftige ervaring geweest en wat voelde ik me nog altijd trots. Een paar heftige pijnscheuten schoten door mijn scheenbenen en een traan rolde over mijn wang. Ik hoorde iemand de trap opkomen en keek achterom: ik zag mijn zoon in de deuropening staan met mijn medaille. Twee ongelofelijke prestaties die ik nooit meer vergeet. 

Diploma Dodentocht 2015

Renate
Verloskundige met een traantje
02 sep 2015

Als verloskundige maak je regelmatig intieme en ook emotionele momenten mee van de mensen die op controle komen en natuurlijk de bevallingsmomenten. Ook in de kraambedperiode rollen vaak tranen. Het zijn de wervelende hormonen, de veranderingen in je lichaam, de vermoeidheid, het geluk, de angst, de pijn en noem maar op. Je bent zwanger! Je gaat bevallen! Je bent papa of mama! Je hele wereld staat op z’n kop! Niet zo gek dat je daar wel eens emotioneel van kunt worden.  Op onze verloskundigenpraktijk gaan er dan ook dozen tissues doorheen.... Dat je wel eens een traantje meepinkt als verloskundige is niet zo gek. We zijn tenslotte ook maar gewoon mensen....
 

Ik wil jullie het verhaal vertellen van Sunny. Sunny komt uit het middendeel van Afrika, is klein en onopvallend.  Sunny is al voor de achtse keer bij ons onder controle, twee keer werd het een miskraam, maar de andere vijf keer is ze bevallen van prachtige kinderen. Nu is de zesde onderweg. Als ik Sunny bij de intake vraag of het de planning is dat ze weer zwanger is, kijkt ze me met haar ontwapenende glimlach aan en krijg ik een ontwijkend antwoord.  Ze wil en kan de vraag helemaal niet beantwoorden, ze is gewoon zwanger. Hoezo planning? Een zwangerschap is een kado dat je krijgt, zoiets lees ik in haar glimlach. Zo zit Sunny ook in elkaar. Ze is gelukkig met alles dat haar gegeven is.
Bij elke controle vraag ik Sunny: “Hoe is het met je?” “Goed!” is altijd haar antwoord.  Sunny heeft nooit klachten, heeft het nooit te druk, maakt zich geen zorgen. Of ze deelt het niet met me, dat kan ook.

Zo groeit Sunny gestaag haar veertigste week in. Na de veertigste week overleggen we altijd met de zwangere of we een keertje inwendig onderzoek zullen doen om te “strippen”. Dit is een bepaalde handeling om te proberen de bevalling te laten beginnen.Sunny overschrijdt, zoals bij elk van haar zwangerschappen, de veertig weken. “Hoe gaat het met je?””Goed!”glimlacht ze naar me. Ik zie dat ze moeilijk loopt. Haar kinderen zijn lief en spelen met de blokken. Ik vraag of ik zal toucheren. Ze kijkt me vragend aan: “waarom? Wïj gewoon wachten, baby  nog niet klaar”.

Ruim 41 weken zwanger belt meneer Sunny op een avond. Sunny heeft pijn, baby komt. Ik spoed me naar Sunny: zesde kind...kan snel gaan. Sunny rijdt met me mee naar het ziekenhuis, meneer Sunny regelt de oppas en komt daarna achter ons aan. Sunny glimlacht nog steeds, nu toch wel als een boer met kiespijn....Twee uurtjes later legt Sunny haar baby aan de borst: rustig en overtuigend. De baby hapt een keer en drinkt. Sunny vraagt zich niet af of ze borstvoeding kan en wil geven, Sunny doet dit gewoon. “Hoe lang?” Vraag ik haar een paar dagen later in het kraambed. Ze snapt mijn vraag niet. “Zolang de baby het wil”. Haar vorige kind voedde ze twee jaar.Ondanks zes kinderen in huis was Sunny’s kraambed een oceaan van rust. Geen televisie, geen herrie. Rustig spelende kinderen en Sunny? Sunny zit de hele week op haar bed. Ze voedt haar baby, verschoont hem, koestert hem. Bij elke kik krijgt hij de borst. Sunny en de baby zijn een hechte eenheid in een oase van rust en tijd. Sunny hoeft en wil niets anders dan moeder zijn voor haar baby en natuurlijk voor haar andere kinderen. De vijfde dag na de bevalling zit de baby al boven zijn geboortegewicht.  “Hoe is het Sunny?”, vraag ik haar op mijn laatste thuisbezoekje. “Goed!”zegt ze, stralend als altijd. Ik pink een traantje weg. Ik zal haar missen, mijn Sunny

(Uiteraard is "Sunny" een gefingeerde naam)

Lieneke
Vervolg: een vrije dag!
21 jul 2015

De vorige keer schreef ik hoe mijn vrije ochtend anders verliep dan gedacht. Een ochtendje winkelen veranderde in onderweg zijn naar een bevalling. Een tweede kindje is onderweg en Marina zit dubbel. In de auto bedenk ik allerlei mogelijkheden: hoe snel zou het gaan, is er nog tijd om naar het ziekenhuis te gaan (dat wenst de barende), zou mijn moeder het redden? Het is, nadat ik mijn moeder heb afgezet, nog ongeveer 15 minuten rijden. In die tijd gaan er veel gedachten door mijn hoofd. En dan ben ik er (voor mijn gevoel) eindelijk!

 

Ik kom binnen bij een Somalisch echtpaar. Het oudste kindje is vandaag precies een jaar. Nu heeft nummer twee zich aangediend en gaat ook op deze dag worden geboren. Ik zie snel dat mevrouw nog geen heel heftige weeen heeft. Ze gaat zeker wel bevallen, maar we kunnen nog naar het ziekenhuis. Ik bel daarheen en bel ook meteen Marina. Bij haar is inmiddels een baby geboren, ze zal op ons wachten in het ziekenhuis. Oke, we verzamelen alle spullen en zijn bijna klaar voor vertrek. Het oudste kindje moet ook mee, want er is geen oppas. Ze hebben geen eigen vervoer, dus ze mogen mee in mijn auto. Maar dan, ik heb geen kinderstoeltje, waar de kleine man in kan. En ook al is het maar een klein stukje, hij zal toch ergens vast in moeten zitten. Euhm, tja…. Oke, de maxicosi moet ook mee, voor de baby op de terugweg. Bij gebrek aan beter, het paste niet helemaal, maar er was geen andere keus. De kleine man gaat in de maxicosi, waar straks zijn kleine broertje in zal liggen! We snellen ons naar het ziekenhuis waar Marina de bevalling overneemt. Ik kan naar huis, nog 1,5 uur vrij voordat mijn spreekuur begint. Mijn moeder heeft zichzelf gered, een kopje koffie gedronken en even gelezen. We besluiten om nog even samen te gaan lunchen en dan is het voor mij echt tijd om spreekuur te gaan doen. Ik zet mijn moeder af bij haar auto en ze kan dan eindelijk, iets later dan gepland, naar huis.

Pagina's